Achter de Hoven

Website_banner_Front_Achter_de_Hoven 
U bent hier » Praktijkinformatie » Medewerkers » Karlijn Woolthuis

Stress

Stress wordt vaak omschreven worden als een wanverhouding tussen draaglast, d.w.z. de eisen die de omgeving aan iemand stelt en de draagkracht of te wel het individueel aanpassingsvermogen van die persoon. De draagkracht wordt bepaald door vaardigheden als optimisme, flexibiliteit, energie, conditie en structurering.

 

De relatie tussen draaglast en draagkracht bepaald iemands belastbaarheid. Een te hoge belasting en/of een te geringe draagkracht leidt vaak tot chronische spanningen die zowel lichamelijk als geestelijk van aard kunnen zijn.

Of er uiteindelijk klachten ontstaan hangt af van meerdere factoren:

  • Het moment van de stress en de situatie waarin de stress plaats vindt (de context);
  • de stressfactor: is het een incident, acuut, chronisch, hevig of mild;
  • de eigen manier van omgaan met stress;
  • de eigen persoonlijkheid;
  • aan- of afwezigheid van steun in de omgeving.

Stress niveaus:

  • Op het niveau van de individuele beleving, de eigen waarneming, het wereldbeeld, het eigen karakter.
  • Op lichamelijk niveau: de stressreactie is meetbaar in bloeddruk, hartslag, spierspanning en hormonale veranderingen
  • Op gedragsniveau: wat zijn de stressoren die het gedrag verstoren en hoe verloopt de stresshantering
  • Op het niveau van relaties: zijn er klachtcirkels, is er ziektewinst, is er steun.

Stress symptomen

 

Bij lichte, kortdurende stress: 

  • Stemmingsveranderingen, zoals opwinding, onzekerheid, irritatie, bezorgdheid, somberheid.
  • Spierspanningen, die zich kunnen uiten in onrust, hoofdpijn, rugpijn, spierstijfheid
  • Interne signalen, zoals: maag- en darmklachten, hartkloppingen, zweten, duizeligheid, pijn of druk op de borst

Bij chronische stress:

  • Lichamelijk: hoge bloeddruk, hartinfarct, hyperventilatie, huiduitslag, chronische maag- en darmklachten: zweren.
  • Emotioneel: apathie, ontevredenheid, angst, wantrouwen, agressie
  • Geestelijk: verwardheid, vergeetachtigheid, beoordelingsproblemen, oogkleppen, intolerantie
  • Gedragsmatig: werkverzuim, jobhopping, alcoholisme, ongeluksvogel (neiging tot ongelukken)

Uitingen van stress-symptomen tonen zich in lichaam en lichaamstaal

  • als een niet specifiek signaal: b.v. onrust
  • als tic: herhaald gebaar in de motoriek
  • als lichaamstaal: in meer complexe fijnere motoriek
  • als orgaanklacht: stress die functies als ademhaling, maag/darmwerking of huid verstoort 
  • als lichaamshouding: lichaamstaal die in de houding is ingevroren en die dus uiteindelijk ook tot houdingsafwijkingen kan leiden.

 

Stress kan zich dan ook overal in het lichaam manifesteren.

 

De vlucht en vechtrespons

 

Het lichaam bereid zich voor om te reageren op een waargenomen bedreiging. Die reactie kan zijn: stand houden en vechten of vluchten. (fight of flight)

Stress kun je omschrijven als: “het niet op elkaar aangepast zijn van de eisen die de omgeving stelt en de aanpassingsmogelijkheden van het individu:
oftewel er bestaat een discrepantie tussen de werkelijke en de gewenste situatie”. 
Of stress wordt ervaren als positief of als negatief is afhankelijk van de mate waarin het individu de kans heeft (of denkt te hebben) deze balansverstoring op te heffen.

Wordt de balansverstoring niet opgeheven dan treedt stress op als compromisgedrag.


Bij stress vinden de volgende reacties plaats:

  • Adrenaline komt in de bloedbaan, hartfrequentie stijgt
  • Hormonale activering van de bijnier door de hypofyse (ACTH)
  • Omzetting in de lever van glycogeen in bloedsuiker. Energie.
  • Versnelling van ademhaling
  • Vertraging spijsverteringsprocessen. Spieren blaas en rectum ontspannen.
  • Bloed vanuit maag en huid teruggetrokken naar spieren en hart.
  • Transpireren
  • Verhoging spierspanning

De spanning van iedere spier in ons lichaam varieert in relatie tot lichamelijke en emotionele ontspanning. Als je echt zou vechten of vluchten wordt de adrenaline verbruikt en treedt uiteindelijk weer ontspanning in. Blijft de stressor echter bestaan en houd je de impuls in (je reageert niet) dan blijft de aanzet tot actie in je lichaam bevroren. De spierspanning wordt permanent. Er ontstaat stress. Houdt die stress lang aan dan kunnen er stressklachten of psychosomatische klachten ontstaan. Regelmatige en dynamische spiercontracties geven een goede doorbloeding, spiersouplesse en een goede conditie. Statische en langdurig volgehouden spiercontracties leiden tot een toename van stress en mogelijk tot weefselschade. Wordt de fysiologische reactie op stress niet ontladen dan wordt stress chronisch. Dit leidt dan uiteindelijk tot verstoring van de hormonale balans en tot onderdrukking van het afweersysteem: het aantal lymfocyten neemt onder stress af. Stress kan dus ons afweersysteem aantasten.


Stressoren

 

Oorzaken van stress heten stressoren. Wat voor de een plezierig is hoeft dat niet te zijn voor een ander. Stress is dus persoonlijk. Toch zijn er zaken die voor iedereen stresserend zijn. Sterfgevallen, scheiding, werkloosheid, arbeidongeschiktheid zijn daar voorbeelden van.

Er bestaat een nauw verband tussen stress en ziekte. Mensen in langdurig aanhoudende emotioneel belastende situaties, die aanpassing vragen, komen eerder in aanraking met ziekten als maagzweer, hoge bloeddruk, infecties, rug- en hoofdpijn, ongevallen en kanker dan mensen die wel in staat zijn bevredigende oplossingen te vinden voor een stressvolle situaties.
 

Aanpassingsmechanismen

Mensen zijn geen willoos slachtoffer van hun omgeving. Ze kunnen zich aanpassen. Die aanpassing doorloopt de volgende fasen:

  • Alarmfase. De stressor dient zich aan en het lichaam maakt zich gereed voor actie. Na uitvoeren van de actie keert het lichaam terug in de rustfase.
  • Compensatiefase. Als de stressor te groot is of te lang aanhoudt en worden de impulsen ingehouden en probeert het lichaam zich aan de situatie aan te passen en gaat compenseren. Een compromis. Men “zet de kiezen op elkaar”. Met deze stress valt enige tijd te leven.
  • Decompensatiefase. Vroeg of laat geeft het lichaam het op en gaat decompenseren. De opgebouwde en vastgehouden energie loopt weg en het lichaam valt in het andere uiterste: men wordt ziek, depressief of stress ontlaadt zich in aanvallen. Het burn-out syndroom.


Stress en klachten in de visie van Oosterhuis (1982)

Een praktische illustratie van de vecht/vluchtrespons geeft huisarts Oosterhuis met zijn visie op stressklachten in nek, rug en buik. Het promoveerde op een proefschrift over niet-medische oorzaken van nek-, rug- en buikpijn. Op basis van praktijkonderzoek constateerde hij het volgende.


Pijn in buik of ingewanden: "angst en onzekerheid"

Patienten met buikklachten zitten vaak in een bedreigende situatie waarin ze eigenlijk zouden moeten reageren. 
Dit gevoel wordt onderdrukt doordat ze zich onzeker en/of onveilig voelen. Hierdoor ontstaan buikklachten. Buikklachten zijn vaak "ja/nee" klachten.


Pijn in nek- of schouderzone: “boosheid zonder aanval”

 

Patiënten met klachten in nek/schoudergebied zitten vaak in concreet bedreigende of woede opwekkende situaties waarin zij boos of geïrriteerd zijn. Verzet is in principe wel uitvoerbaar en de patiënt ondervindt wel strijdlust en neiging tot aanvallen, maar onderdrukt deze gevoelens en reacties op basis van eigen normen. Hij houdt zijn woede in door zijn spieren in het nek/schouder gebied aan te spannen. Als de situatie niet verandert en hij (of zij) het ongenoegen niet uit, is de kans groot dat er nek- en/of schouderpijn ontstaat.


Pijn in de lage rug of lager: “onmacht of verdriet"

Deze patiënten zitten vaak in situaties waarin zij zich onmachtig voelen. Zij voelen een neiging tot vluchten, maar onderdrukken dat en onderwerpen zich aan de situatie. Ze vermijden en berusten ogenschijnlijk. Ze voelen zich verdrietig en teleurgesteld maar verbergen deze gevoelens. Verandert de situatie niet en worden ze niet gesteund ontstaat de neiging het lage rug gebied hol te trekken en kunnen rugklachten ontstaan.


Kenmerk van deze spanningen en pijnen is de dubbele sturing: het lichaam produceert zowel de aanzet tot actie als de blokkering ervan zodat de reactie blijft steken. Oosterhuis illustreert zijn bevindingen met dieronderzoek, waarbij de aanval (de agressie) in de voorkant van het dier is gesitueerd. Bij de mens schouders en nek. De vlucht (schuld, schaamte en teleurstelling) manifesteert zich meer in de achterkant van het dier. Bij de mensen meer de bekkenzone en het lage ruggebied.

Ook constateert Oosterhuis dat metafoor taalgebruik voor gevoelsaandoeningen, zoals hals-starrigheid, stijfkoppigheid, lamlendigheid en ruggengraat hebben, wereldwijd in alle culturen steeds naar dezelfde lichaamsgebieden verwijst.

Oosterhuis concludeert dat nek-, rug- en buikpijn waarvoor geen medische oorzaak wordt gevonden, psychosomatische klachten zijn en dat verder medisch onderzoek niet zal lonen. Hij pleit voor een meer gedragsmatige aanpak van deze klachten

Stress in een noodzakelijke levensvoorwaarde. Het vermogen te kunnen reageren op prikkels (stressfactoren) houdt ons in leven (en bij de les) en stelt ons in staat te presteren.